vrijdag 5 mei 2017

Ik vind er even helemaal niks aan.

Aangezien ik op dit moment, na 16 weken en 1 dag, zo´n beetje uitgedroogd raak van het huilen en het elke dag opnieuw een feest is om op te staan en te denken aan alles wat ik niet heb, mis, terug wil en volkomen kut vind dacht ik, laat ik dit eens opschrijven voor the folks back home. Ik  zal proberen dit, op persoonlijke titel, zo nuchter en helder mogelijk te doen, iets waarvan iedereen die me een beetje kent nu denkt Yeah Right, ik pak de popcorn er wel bij.

Ik heb heimwee.
Over heimwee praat je niet. Want wat is heimwee anders dan ervaren dat het op dit moment niet gaat? Dat het nieuwe helemaal niet zo leuk is als je had gedacht, gewenst, gehoopt, verwacht?
Dat je wakker wordt en je bed niet uit wilt komen omdat je geen idee hebt wat je met de dag moet doen, anders dan wachten tot je moet gaan werken. Dat je gruwelijk terugverlangt naar de zekerheden van wat ooit je Hollandsche leven was, die in niks overeen komen met wat je huidige Spaansche leven lijkt te worden. Zekerheden zoals regen. 2e paasdag. 2e kerstdag. Rokjesdag. Fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden. Een frikadel met mayo. Vrienden. Familie.

Wanneer je, enigszins voorbereid, gaat emigreren dan is dat natuurlijk hartstikke leuk. Vooral als je nog niet weg bént en alles in het teken staat van een nieuw, ander leven, met nieuwe, vooral leuke herinneringen, op een zonovergoten eiland in de Atlantische Oceaan.

Een leven dat zich vooral laat omschrijven als relaxt, downsized, genoeg werken om te kunnen bestaan maar daaromheen vooral genieten. In de zon, nieuwe mensen leren kennen, deelnemen aan een of ander Canarisch dorpsleven.

De werkelijkheid is, zoals gewoonlijk en gebruikelijk, altijd een stuk minder aangenaam dan het softfocussurrealisme dat ergens in een van je hersenkwabben sluimert en, geconfronteerd met realiteit, nergens op blijkt te slaan.

De werkelijkheid is namelijk dat ik het gewoon heel moeilijk vind.
Ik weet wel een beetje hoe dat komt. Na 46 jaar met mezelf te hebben mogen leven, aangevuld met alle meningen van familie, vrienden, psychiaters, psychologen, tarotkaartlezers, gebedsgenezers en helderzienden over mijn persoon is het alleszins duidelijk dat mijn natuurlijke aard zich het best laat omschrijven als Emotional Rollercoaster meets Melancholic Madness (ERMM).
Niet een heel beste basis om al je zekerheden overhoop te gooien en, in een ander land, opnieuw en op nul te beginnen.

Mijn wortels zitten los, en ik weet niet of ik wel wil wisselen. Of ik dat uberhaupt kan, en durf.
Het leven zoals ik me dat had voorgesteld, gewenst en gedroomd, dat leven is het vooralsnog niet. Ik snap dat, ik wist dit (deels, hierover in een ander blog later meer) van te voren, maar ik kan het nog niet accepteren. Ik kan niet loslaten wie ik was en wat ik had, en ik weet niet meer zo goed wie ik ben en wat ik wil hebben.

Ik zocht heimwee op op de interwebs. Er valt genoeg over te zeggen. Het zijn vooral tips over wat je moet doen als je heimwee hebt, en tips om te voorkomen dat je heimwee krijgt. Met die eerste kan, of wil zo je wilt, ik niet zoveel, want ik heb daar al aan voldaan en het voelt onvoldoende. Met die laatste kon en kan ik ook niet zoveel, want onbekend met heimwee heb ik me daar dus niet mee bezig gehouden, voorafgaand aan ons vertrek. Want heimwee is voor mensen die niet weg willen, en ik wilde alles behalve blijven.

Ondertussen heb ik geen idee meer waarom ik zo graag weg wilde maar wil ik nog maar een ding weten: wanneer gaat het over, heimwee? Wat is het geheime codewoord en hoe kom ik eraan?
Niemand kan me dat vertellen. Het voelt als een rouwproces en feitelijk is het dat ook, behalve dat iedereen nog leeft en gewoon doorgaat met zijn of haar leven, terwijl ik steeds meer het gevoel heb rondjes te draaien in de vicieuze carroussel die Spanje heet. Vastgebonden op een houten paardje terwijl schelle kermismuziek uit de opgeblazen boxen schalt.

Tot zover de nuchtere, heldere weergave. Fuck it, I love my drama and I´m not afraid to use it.

Laat onverlet dat ik hier zit, opgesloten in mijn eigen hoofd, met mijn ziel onder de ene en mijn zaligheid onder de andere arm en de wereld die ik achterliet op mijn nek en schouders. Ik draag alles met me mee en dat valt zwaar.

Heimwee is wanneer je een avontuur aangaat dat, tijdelijk, niet lijkt te slagen,maar elk script en daarmee elk woord, elke voorspelling, elke zekerheid, ontbreekt.
Het enige dat je met zekerheid kunt zeggen, is dat het avontuur blijft, welke richting je ook gaat.

Heimwee.
Ik vind er even helemaal niks aan.


dinsdag 31 januari 2017

Mañana

Emigratie, dag 6. 

We gingen gister (dag 5) een NIE nummer aanvragen. Dat is een Spaans BSN nummer voor buitenlanders. Je krijgt eerst een witte, die is tijdelijk, en als je een empadronamiento hebt (dat betekent dat ze je willen houden hier, je moet dan werk hebben of geld of allebei) krijg je een groene.

Voor de/het/een NIE moet je naar de CNP, el cuerpo nacional de policia. Google maps leerde ons dat er een corps hier om de hoek zat (en zit), dus togen wij gister vol goede moed en blij van zin die kant op. Lopend, want dichtbij. Toch.

Om de hoek bleek 6km verderop. 

We gingen ons melden (overal waar wij ons melden doen wij dit in ons beste Spaans. Dit helpt om dingen sneller voor elkaar te krijgen. Oké niet echt heel veel sneller. Wel heel veel vriendelijker) en kregen formulieren mee. 1 voor de CNP en een voor de bank. Je betaalt hier niks aan het loket waar je bent maar alles bij de bank. Dan krijg je een stempel en met die stempel ga je terug naar waar je was en dan krijg je nog meer stempels én dat waar je in eerste instantie voor kwam.

We gingen op zoek (lopend) naar een bank om aldaar te betalen en daarna, we werden om 13.30 terug verwacht (het was 9.54u toen we het bureau verlieten), zouden we, 37 stempels rijker, welkom geheten worden met slingers, ballonnen en fanfares en nog heel lang en gelukkig leven in Spanje.

Zo ging het niet helemaal niet.

Ja, we vonden een bank.
Ja, we stonden in de rij.
Ja, we hadden alle benodigde papieren bij ons.

Na drie kwartier wachten (we voelden ons heel Spaans) togen we om 11.20u onverrichter zake terug naar huis zonder ook maar één stempel maar met het advies om mañana terug te komen. Want voor het betalen van/voor een NIE nummer kun je maar tot half elf terecht. Ben je vandaag te laat? Dan ben je mañana de eerste.

Vanmorgen (het was inmiddels mañana) gingen we wederom naar de bank. Om half 9. Want je zult maar 1 uur en 55  moeten wachten of, erger, 2 uur en 1 minuut, en wéér doorgeschoven worden naar mañana. En alle mañanas to come.

Binnen 5 minuten stonden we weer buiten. Het kan ook zomaar goed gaan.

Opgelucht en opgewekt togen we, ditmaal met de auto, wederom naar de CNP. Het was 9 uur, we hadden stempels en correct ingevulde formulieren, er stond ons nog maar weinig tot niks in de weg.

We mochten om half één terugkomen. 
Weinig keus als dat we hadden deden we dit uiteraard anders werd het weer mañana en je kunt maar een beperkt aantal mañanas inplannen in een week.

De agente tikte wat gegevens in, vroeg aan de schoonmaakster of deze koffie wilde, besprak wat persoonlijke details met haar collega's, tikte nog wat gegevens in, adviseerde mijn meneer goed op te passen in de zon, draaide wat printjes uit, zette wat (twee) stempels en om 12.55u liepen we naar buiten in de wetenschap dat we nu ook in Spanje een nummer zijn.

¡Bienvenida a España!

zondag 26 mei 2013

88 maart

Het was mei en ik dacht: ik ga iets vrolijks schrijven. Maar het ging niet, want het regende en het was koud, en het was nat. En daar klaagden we allemaal al maanden over, zonder dat er iets veranderde.

En ik dacht: Welkom in Nederland. Een onzichtbaar ommuurde gazastrook van gezeik. Het mekka van gemekker. Waar een volk woont dat elkaar vindt in gemopper, geëtter, gezanik en gezeur. Welkom.

En ik dacht: maar niemand lost iets op.

Ik verzon mijn variant op een bestaand kinderversje, maar zelfs dat lukte niet. Ik kon alleen maar klagen. Buiten regende het en het was koud, en het was nat en mijn versje ging als volgt:
Klagen, klagen, wiedewiedewagen, Bruis kwam thuis om een boterham te vragen, maar helaas voor Bruis* had zijn zusje Bommel* al het verse brood van het Vlaamsch Broodhuys expres aan de eendjes gevoerd en toen kreeg Bruis een woedeaanval en toen gaf zijn moeder hem snoep om er maar vanaf te zijn want het was zo zielig voor Bruis maar ik dwaal af. 

Dit dacht ik toen ik naar buiten keek en zag dat het regende. En het was koud, en het was nat.

En ik dacht: het is ook niet zo gek, eigenlijk. We krijgen het weer dat we verdienen, met al ons gezeik. En als er niets verandert is het ons lot om voor eeuwig vast te blijven zitten in een koud en nat klimaat.

En terwijl ik dit tikte, bedacht ik me: het ís helemaal geen 27 mei vandaag. Het is gewoon 88 maart.

*Er zijn dus daadwerkelijk ouders die hun kind Bruis of Bommel noemen. Die hun kind een naam geven om te laten zien hoe lekker Hip ze zelf zijn. Ouders die hun kind het recht ontnemen om op een normale manier op te kunnen groeien want voor eeuwig gehinderd door een debiele voornaam. Pas wanneer vaders hun kinderen gaan vermoorden gaan we massaal klagen dat Bureau Jeugdzorg een belachelijk logge instantie is die z'n werk niet goed doet. Ondertussen mag een kind dat Bruis, Bommel, Woest, Psyche of Helljayson (dan heb je het principe van het hebben van een kind wel begrepen, maar toch) heet gerust scheefgroeien zonder dat er een haan of gezinsvoogd naar kraait. Maar ik dwaal af.

donderdag 9 mei 2013

25.920 minuten

3 mei 2013 verloor ik mijn tas met daarin kleren, mijn haakwerk en een portemonnee met daarin wat onbenullige rotzooi zoals mijn pinpas en mijn rijbewijs.
Ik deed direct wat ik moest doen: hysterisch huilen. Op de voet gevolgd door balen dat ik de hele dag mijn werk moest doen in een wielrenbroek met zeem, gevoelsmatig vergelijkbaar met het dragen van 16 incontinentieluiers. Denk ik. Gelukkig zat mijn haar wel goed.

Ik belde de ING om mijn pasjes te laten blokkeren. Nadat ik 20 minuten in de wacht had gehangen en een of andere onverlaat onverhoopt ondertussen op z’n dooie gemak mijn hele rekening leeg had kunnen trekken, was de eerste vraag of ik de pincode bij mijn pasjes had bewaard. Natuurlijk, zei ik. Want stomme vragen bestaan.

Ik belde de politie, want ik had behoefte aan waakzaam en dienstbaar.
De politie vond het heel naar voor mij dat ik mijn tas kwijt was. Ja, dat vond ik ook wel, dus dat schepte meteen een band. Daarna vertelde de politie mij dat ik contact op moest nemen met de gemeente Rotterdam voor
a. verloren en gevonden voorwerpen (want dat deed de politie niet meer, dat koste zoveel tijd en ze moesten boeven vangen en patat halen met de sirene aan en druk, druk, druk en alles enzo.) en
b. om mijn rijbewijs als vermist op te geven. En een nieuwe aan te vragen.
Daaraan toevoegend kreeg ik de mededeling dat ik, tot ik een nieuw rijbewijs had, absoluut niet in mijn auto mocht stappen. Ook niet op de passagiersstoel, vroeg ik? Dat was een stomme vraag. Ik vond dat een hele goeie vraag. Hoe dan ook, het kwam er op neer dat ik zonder rijbewijs geen auto mocht rijden. Oh, oké, zei ik toen maar.

Ik belde de gemeente, want ik had behoefte aan onduidelijkheid en een onvriendelijke bejegening. De mevrouw van de gemeente was geheel conform verwachting geïrriteerd en onaardig. Wel vond ze het heel naar voor mij dat ik mijn tas kwijt was. Ja, dat vond ik ook wel, dus dat schepte meteen een band. De mevrouw vertelde mij vervolgens zuchtend dat ik op een site moest kijken, waar landelijk alle gevonden en verloren voorwerpen werden geregistreerd. Dat was makkelijker, zei ze. Ik vroeg maar niet voor wie. Wel vroeg ik haar wanneer ik, als ik vandaag iets verloren had, dat dan kon terugzien. Het ongeïnteresseerde antwoord was Waarschijnlijk Ergens Volgende Week, want ze waren al bij 28 april.

Ik vertelde de mevrouw dat ik mijn rijbewijs moest laten vervangen. Want zolang als ik dat niet had, mocht ik niet autorijden. De mevrouw fulmineerde dat ik alleen op afspraak met de gemeente mag spreken, verwees mij hiervoor naar een website waar ik moest inloggen met mijn DigiD en beëindigde haar tirade met de mededeling dat ik mijn oude rijbewijs moest meenemen als ook een goed gelijkende pasfoto (zo eentje waarop iedereen (m/v) eruit ziet als een lesbische seriemoordenares), en een kleine € 75,- (standaardkosten plus de kosten voor het kwijtmaken van je rijbewijs, want iedereen begrijpt dat je hiervoor gestraft moet worden want je bent voor je plezier je rijbewijs kwijt zodat je lekker niet kunt autorijden en derhalve een goed excuus hebt zodat je niet naar vervelende verjaardagen hoeft). 

De eerstvolgende mogelijkheid om met de gemeente te kunnen spreken in het kader van het vervangen van mijn rijbewijs, blijkt dinsdag 14 mei. Om 8 uur 's ochtends. Vanaf dat moment zal het nog een week duren voordat ik mijn rijbewijs daadwerkelijk in handen heb.
Het is 2013 en als ik vandaag voor 22.00 uur iets in Kirchizië bestel heb ik het morgen in huis, maar op mijn rijbewijs moet ik 7 dagen wachten.

Tussen het moment dat ik mijn tas verloor tot het moment ik alle bureaucratie heb overleefd, op dinsdag 21 mei a.s., zitten 25.920 minuten. 25.920 minuten die ik grotendeels ga besteden aan het rijden in een ongekeurde auto. Met een gemiddelde kruissnelheid van 167 kilometer per uur. Over de Coolsingel. Zonder rijbewijs. Met opgeheven hoofd en geheven middelvinger. Gelukkig zit mijn haar goed.




donderdag 27 januari 2011

Onderdom

Van mij zou iedereen moeten mogen kunnen studeren. Wijzer worden is niet alleen weggelegd voor de elite, want die hebben het geld al. Die kopen een upgrade van hun brein en laten deze vervolgens ongebruikt in een hoek, in de originele verpakking, slingeren.

Als je echter moet studéren om wijzer te worden dan gaat dit ongeveer als volgt:

Om te kunnen studeren moet je collegegeld betalen. Collegegeld raap je bij elkaar door je ouders lief aan te kijken, te frauderen met je woon- of verblijfplaats of 100 meter straat te pakken.
Verder moet je boeken uit de mediatheek stelen, nieuwe schriftjes kopen, readers en studiehandleidingen uitprinten en samenvattingen illegaal downloaden.  

Als het collegegeld er dan eenmaal is, dan ga je dat natuurlijk ook betalen. Een beetje te laat mag best, betalen met bierdopjes mag niet.
In ruil voor het betalen van collegegeld, en het aanschaffen van 324 kilo literatuur, krijg je college. Over het algemeen van nietszeggende docenten met spekzolen en een oranje spencer. De meesten vinden jullie ook niet leuk.

Je gaat naar college, schrijft verslagen, doet onderzoek en af en toe haal je je nachtrust in. Je herkanst hier en daar een toets en berekent op de 10e punt nauwkeurig hoeveel je moet doen of kunt laten voor een voldoende. En na vier jaar, soms meer, maar in elk geval aan het eind van je studietijd studeer je af en dan ga je werken voor mijn AOW.

Dat is dus duidelijk. En het volgende vast ook.

Ik ben een vrouw van 40 (met een sigaret, en een buitenaardse stof in mijn bloed), en ik studeer. Ik werk 36 uur per week (dat is fulltime, lieve studenten) en daarnaast ga ik 9 uur per week naar school, met een gemiddelde van ca. 300 SBU per kwartaal. Dat betekent ongeveer 30 uur per week. Huiswerk.
Ik heb een kind, een echtgenoot, 3 katten, 1 hond, 150m2 huis en 372m2 tuin. Dat regelt zich allemaal ook niet vanzelf, daar moet ik iets mee en dat doe ik. Erbij. Of ernaast. Ik voed op, laat uit, geef eten, was af, maak schoon, ruim op en gooi weg.

Er zitten 168 uur in een week. Daarvan slaap ik er ca. 7 per nacht. Dat is 49 uur per week dat ik niet wakker ben, en dus niet studeer, opvoed, huishoud, werk, Twitter, sex heb, lessen volg of sociaal ben. Blijft over 119 wakkere uren. Daar gaan de volgende uren vanaf:

Werk                              36 uur
college                            9 uur
Huiswerk                        30 uur
Reistijd                            9 uur
Opvoeden (gemiddeld)         14 uur
Sex                                 1 uur (3 vluggertjes, 2 hoerenbeurtjes, 1 bc)
Resocialisatie                    5 uur
Trappen op en af lopen       1 uur
Telefoneren                        1 uur
social media                           5 uur
Onvoorzien                           8 uur

Die 8 uur onvoorzien, die vul ik met diversen. In die 8 uur denk ik ook aan jullie, en aan hoe het woord Langstudeerder op 31 december hét woord van 2011 zou kunnen zijn.

Lieve studenten, als jullie niet nominaal kunnen afstuderen, dan zijn jullie niet alleen misschien niet rijk genoeg, maar misschien ook gewoon niet slim genoeg.
Want ben je rijk, dan is die 3000 euro geen probleem. En ben je slim, dan is afstuderen geen probleem.

Ik zal het ongetwijfeld allemaal verkeerd zien, maar dat is dan maar zo.

woensdag 29 december 2010

Post-it (note to self)

Hoe maak ik een statement.

Probeer niet te wachten tot de wereld klaar voor je is, maar wees de wereld voor. Als de wereld klaar voor je is ben je al te laat, dan ben je een voorspelling die uitkomt. Een voorspelling waar je niks meer aan kan bijdragen want je bent al voorspeld.

Beter is het te doen voordat de wereld daar klaar voor is. Omdat je dan de wereld zo kan inrichten als jou het best bevalt. Vermijdt realisme, wanhoop en gespreide bedjes. Omdat je in jouw geval waarschijnlijk op een campingstretcher belandt en niet op een Hästens. Een campingstretcher, die ’s nachts uit louter satanisch genoegen tenminste driemaal dubbelklapt van het lachen. Om jou.


En als je dan iets hebt gedaan waar de wereld nog niet klaar voor bleek, draag dan je verantwoordelijkheid voor de puinhoop die je heb gemaakt. Ruim niet op maar richt in en wijs de wereld waar wat hoort en wat weg kan.
En wens de mensheid buutvrij. Voor de hele pot.


Aan de slag, kreng.

zondag 19 december 2010

Kutjaar

Alsof we een nieuw jaar niet kunnen beginnen met de balast van het oude gaan we eind december massaal gebukt onder een deadline: het afgelopen jaar moet rigoreus worden afgesloten.
Het afgelopen jaar, dat zich altijd en elk jaar weer kenmerkt door vallen en opstaan, tegenslag en meevallers, winst en verlies, komen en gaan en waarvan we niet, kruipend of in volle vaart de eindstreep hebben gehaald.
Het afgelopen jaar, dat altijd achteraf nooit het jaar is geworden dat je aan het begin voor ogen had, vraagt om een definitieve beoordeling, een streep eronder of erdoor. Hoogtepunten, dieptepunten en doden worden geteld, rampen vergeten en oude wijn wordt in nieuwe zakken gegoten, met maar een doel: 

Volgend jaar wordt alles anders.

Volgend jaar beginnen we plenair.
Volgend jaar gaat niemand scheiden, gaat er niemand dood en wordt er niemand ziek.
Volgend jaar drukt er niemand op het rode knopje en valt er weer geen bom.
Volgend jaar blaast niemand zich op in Afghanistan, Irak of Zweden.
Volgend jaar komen er snoepjes uit pistolen, geweren en kanonnen.
Volgend jaar is AIDS iets van vroeger. Net als dictatuur, genocide en Berlusconi.
Volgend jaar wordt de georganiseerde misdaad afgeschaft en de ongeorganiseerde methodisch onderbouwd. Evidence Based.
Volgend jaar zijn er geen files en rijden treinen, trams en bussen gewoon op tijd.
Volgend jaar blijken alle hangjongeren ineens ook gewoon te kunnen zitten, staan, lopen en normaal Nederlands te kunnen spreken.
Volgend jaar wordt Leerplicht afgeschaft want leren is een recht en geen plicht.
Volgend jaar mag er weer gerookt worden in kroeg, restaurant en elke andere openbare gelegenheid, niet-rokers krijgen Zwitserland, Limburg en Friesland.
Volgend jaar valt het kabinet en blijkt het kapsel van Geert Wilders een toupet gemaakt van yetibalzakhaar .
Volgend jaar wijzen we niet meer met onze vingers naar de ander. If you can’t beat them, join them.
Volgend jaar doen we weer normaal.
Volgend jaar denken we zelf na.
Volgend jaar hoeven we nergens meer mee af te rekenen.
Volgend jaar wordt alles anders, goed, beter, best.

2010 was het laatste kutjaar.